|

Photos
(1 et 2): Ph. Pulce
|
1.
De glanskopmees Parus palustris: altijd in de weer maar steeds afzijdig van andere mezen, toch heeft ook deze mees een duidelijke voorkeur voor loofbomen.
2. De matkopmees Parus montanus: de tweeling van de glanskopmees, behalve met een iets grotere zwarte “das”, met een lichte vlek op de vleugel en een matzwarte kop. Het is een zachtaardige, weinig twistzieke vogel die meer te vinden is in naaldboombossen.
3. De pimpelmees Parus caeruleus: klein, levendig en snel, deze vogel hangt aan de kleinste twijgjes. Deze eerste twee soorten zijn vaste bezoekers van de voederbakjes in onze tuinen en leven bij voorkeur in loofbomen.
4. De kuifmees Parus cristatus: vervult van het prestige dat zijn kuif hem verleent, verdedigt deze mees hardnekkig zijn territorium. Hij woont in oude dennenbossen, tussen het mos en het korstmos. Wat zeker niet wil zeggen dat hij nooit in de tuin te zien is. Op voorwaarde dat u een harsachtige boom hebt. De natuurlijke leefomgeving van deze mees is immers gebonden aan harsachtige bomen.
5. De koolmees Parus major: het mannetje heeft een brede zwarte “das” die breder wordt op de buik.
6. De zwarte mees Parus ater: heel sociaal en niet al te schuw, geregeld is deze mees te zien terwijl ze handig een boomstam opklimt als een boomkruiper. Deze mees leeft bij voorkeur in dennenbossen maar heeft geen bezwaar tegen gemengde bossen.
|