|
De Géronstère.
Op de heuvel
Waar je wandelt
Tussen de bossen;
Waar de waterval,
De bescheiden waternimf,
Haar stem laat rollen;
Waar Filomena,
Dag en nacht,
Trouw en zacht,
De liefde bezingt;
Waar de zachte zefirus (westenwind)
Vluchtend, zuchtend,
Kirt en lacht
Met passie die dag
Je verfrist:
Het is Géronstère!
Jij, met je weldadig water,
Geeft aan de treurende echtgenote
Haar hartsvriend weer
Of haar beminde dochter;
Aan de strijder zijn kracht;
Aan de schoonheid haar leliepracht;
Een zus aan de broer;
Aan de tedere vader
Een zoon
1853 M. Durant.
|

« Extrait de « Les Eaux de Spa »
LM. Crismer
|