Blaadjes, knopjes, stengels, stuifmeel, nectar, granen, vlezige of droge vruchten, bessen of steenvruchten… het menu dat de verschillende planten langs het pad aanbieden, is erg gevarieerd!
Insecteneters, graaneters, vruchteneters, afvaleters, vleeseters, graseters… eten doen ze allemaal, ze zijn ook allemaal rechtstreeks of onrechtstreeks afhankelijk van het plantenrijk!
De planten zijn producenten. Dankzij het prachtig chemische proces dat fotosynthese heet, kunnen zij, en alleen zij, glucose produceren, een stof die onontbeerlijk is voor het leven.
Kijk: bosbessen, vossebessen, frambozen, braambessen, vliertrossen, meidoornbessen, nootjes, beukennoten, eikels, dennenappels, bloemennectar, grasscheuten, berken- of wilgenknopjes, bremtakken… wat een keuze!
Het voedselnetwerk.
Deze tekening maakt meteen duidelijk waarom men beter “voedselnetwerk” zegt dan “voedselketen”!
Men heeft het ook soms over de voedselpiramide. Hierbij komt ook het begrip biomassa aan de orde.