Luscircuit 3
Wandelpaal n°03:  het pad naar de schietbaan.

Onthaal wandelingenVirtueel bezoek 360°Géografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >

Het oude eikenbos.

Er leven in onze streken twee soorten eiken. De wintereik heeft kortgesteelde vruchten en bladeren op steel. De zomereik draagt vruchten met een lange steel en heeft… kortgesteelde bladeren!

 

Op het pad liggen her en der grote rotsblokken.
Het zijn ondergrondse rotsen uit het Ardense plateau. Deze blokken kwartsiet en kwartsfylliet zijn arm aan mineralen.

 

 

 

 

De eikenbossen van “Natura 2000”: het gaat hier over eikenbossen met zomereiken in combinatie met acidofiele plantensoorten zoals het pijpenstrootje, de bochtige smele, de blauwe bosbessen en de pilzegge.
De leefomgevingen die opgenomen zijn in de Europese richtlijn, zijn climaxassociaties, ze zitten met andere woorden vast in de evolutie naar een beuken-eikenbos. Welke milieuomstandigheden zijn vereist om een dergelijk climaxbos te kunnen hebben? Er moet heel het jaar door veel water aanwezig zijn, soms zelfs te veel. Hierdoor kan de zomereik de bovenhand halen ten opzichte van de wintereik en de beuk.

  

De zevenster of Trientalis europaea is een soort die verband houdt met de zomereikenbossen. Dit plantje is het symbool van het Staatsnatuurreservaat van de Hoge Venen en bedekt de ruwe humusbodem, maar enkel boven de 300m hoogte. De Latijnse naam Trientalis betekent “een derde voet lang”. De fijne stengel wordt inderdaad ook 10 cm lang.

 

Langs het pad vindt u talrijke diverse planten. Let op het verschil tussen de ene kant en de andere. De typische venenplanten, zoals vossebessen, gewone dopheide of rijbessen (moerasbessen),
vindt men enkel aan de zuidkant van het pad.

Het oude eikenbos.

Natura 2000 wil een netwerk van natuurlijke
leefomgevingen vormen, maar ook een netwerk van behoudszones om bedreigde Europese vogelsoorten te beschermen.

De zwarte specht of Dryocopus martius: de grootste van onze spechten is gemakkelijk te herkennen: hij is zwart met een rood kalotje.
Deze vogels zijn weinig sociaal, het duurt dan ook meerdere weken (twee maanden) vooraleer het koppel in de lente gevormd is.
Het is een grote insecteneter en hij eet bij voorkeur keverachtige dieren die bomen aanvallen, ook om zijn jongen te voeden. Een enkele hap van deze vogel kan duizenden kleine insectenlarven bevatten. Hij maakt heel wat gaten, maar gebruikt er slechts één. De andere nissen blijven heel het jaar door ter beschikking voor andere inwoners van het bos, zoals de ruigpootuil. In maart, april begint hij te trommelen om zijn grondgebied af te bakenen. Zo kan hij tot twaalfduizend maal per dag met zijn bek op de bomen timmeren.


Photo: Vatar-Bourgogne

De ruigpootuil of Aegolius funereus: is vrij klein en wordt ook “de kleine uil met gouden ogen” genoemd.
De ruigpootuil is zelf niet in staat om gaten te boren en is dus afhankelijk van oude bomen die natuurlijke nissen hebben, wat uiterst zeldzaam is, of van de verlaten nesten van de zwarte specht.
Deze uil leeft uitsluitend ’s nachts, in tegenstelling tot andere uilen, en is in staat om een microzoogdier op te sporen op 23 meter afstand.

 

Photo: Sébastien Leunen

Onthaal wandelingenVirtueel bezoek 360°Géografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >