Door de uitbreiding van het eikenbos, trekken de venendiersoorten weg maar ontstaat er een omgeving die zeer geschikt is voor vogels, zoals de boomkruiper of de kortsnavelboomkruiper, de boomklever, de fluiter, de zwarte specht, de grote bonte specht of de kleine bonte specht. De eikenpage en ook het citroenvlindertje vrolijken het onderhout op. Men vindt hier meer zoogdieren dan op de venen: reeën, everzwijnen of kleinere soorten zoals de hazelmuis en de vleermuizen. U kunt hier soms ook de hazelworm (of blindslang) tegenkomen terwijl hij zich opwarmt in de zon die door een bres dringt in het bladerdak.
|