|

|
Luscircuit 3 Wandelpaal n°07: de zandweg. |

|
Het bos en zijn inwoners.
|
|
De naam van deze zandweg (Chemin des sables) is waarschijnlijk afkomstig van de samenstelling van de ondergrond in Malchamps. De etymologie van het woord Sauvenière wijst naar het Latijns “sabulum”, wat zeker duidt op de aanwezigheid van zandlagen uit het tertiaire tijdperk. Tweede geologische laag: het zand. Op de kam van Malchamps zijn er een aantal zandstranden en ook silexafzettingen. Een deel van het regenwater dat in de turfgrond van Malchamps dringt, loopt door de filterende lagen, komt dan een hindernis tegen, namelijk klei, om ten slotte weer tevoorschijn te komen bij het plateau. Dit water is van het type bronwater en is slechts in geringe mate gemineraliseerd. De samenstelling ervan varieert wel met de tijd. Ook al is het drinkbaar, toch wordt het niet erkend als natuurlijk mineraalwater want dan zou het een stabiel gehalte hebben aan minerale zouten.
|
|
|
|

|
Fagne de Malchamps Sables 50 millions d'années Argile à
silex 100 millions d'années Roches déminéralisées 500 millions d’années
|
|
|
|
|
De zoogdieren die in onze bossen leven, zijn uiteraard niet allemaal graseters. Sommige soorten zijn vleeseters of insecteneters en er zijn ook knaagdieren. Er is er zelfs eentje die als een alleseter omschreven kan worden.
Wormen, insecten, paddestoelen, wortels, fruit, microzoogdieren, vogeltjes en eieren, krengen… het everzwijn heeft een zeer gediversifieerd menu.
|
|
|
|

|

|
|
|
|
Het everzwijn heeft van moeder natuur een perfect aangepaste lichaamsbouw gekregen.
De kop van het everzwijn (“hure” in het Frans) is langwerpig en spits, waardoor hij gemakkelijker door kreupelhout en struikgewas geraakt. Everzwijnen zijn niet bang voor slechte weersomstandigheden. Ze worden beschermd door een pantser van leder, vet en haar. De hoektanden van het everzwijn zijn zeer sterk ontwikkeld en dienen als krachtig wapen. Met zijn krachtige snuit kan hij tot op zekere diepte in de grond wroeten. Hij is gespierd en kan meerdere tientallen kilometers lopen op één nacht tijd. Hij kan ook zwemmen. Voeg daar nog aan toe dat hij een goed gehoor en een uitstekende reukzin heeft.
Dit dier, dat op het eerste zicht onbehouwen lijkt, is van al onze grote zoogdieren het enige dat zorgvuldig een “bed” voorbereidt op de grond om jongen te werpen. Dit nest (“chaudron” of ketel genaamd) bestaat uit een dak en een kussen van droge bladeren en gras.
De everzeug werpt hier haar everjongen, na een dracht van 3 maanden, 3 weken en 3 dagen.
Van zodra de kleintjes 8 dagen oud zijn, neemt de moeder ze mee.
|
|
|
|
Zelden kan je dieren zien, maar sporen laten ze zeker achter: afdrukken, evermest, sporen, wrijfsporen tegen de bomen, ontschorste stammen… Kijk goed rond, u zult zeker dergelijke tekenen van leven vinden.
|
|

|
De zoogdieren. |
Insecteneters: zijn kleine zoogdieren die op ongewervelde soorten jagen. Ze hebben talrijke scherpe tanden: mollen, spitsmuizen, egels…
|
Handvleugelige: dit zijn onze vleermuizen. Alle vleermuizen zijn uitsluitend insecteneters en zijn dus genoodzaakt te overwinteren door het gebrek aan prooien. Heel wat vleermuizensoorten zijn met uitsterven bedreigd. Natura 2000 is er ook voor hen.
|
 Photo: F. Forget. Plecotus
|
Photo: Roger Herman
|

|
|
|
Vleeseters: hebben sterk ontwikkelde hoektanden. Zij staan bovenaan de voedselketen maar zijn heel gevoelig voor verstoringen in hun leefomgeving: wezels, bunzingen, marters, steenmarters, dassen, vossen of boskatten… ze leven allemaal in onze bossen.
|

|
Gehoefde dieren: worden in onze streken vertegenwoordigd door herten, reeën en everzwijnen.
|
|
 Photo: Roger Herman
|

|
|
|
Knaagdieren: rode eekhoorns, zevenslapers, eikelmuizen, muizen, bosmuizen, veldmuizen… de helft van alle zoogdieren zijn knaagdieren. Ze bezitten allemaal twee paar snijtanden die ononderbroken groeien en hebben een gevarieerd dieet. Ze planten zich zeer snel voort en kunnen dus een groot aantal leefomgevingen veroveren.
|
|
|

|
Haasachtige dieren (konijnen en hazen): zij hebben twee kleine snijtanden achter de bovenste voortanden en vertegenwoordigen een afzonderlijke groep binnen de knaagdieren.
Photo: Roger Herman
|
|
|
|
|
|