Luscircuit 3 / Wandelpaal n°09:
De wandeling Gérard Jonas Crehay.

Onthaal wandelingenGéografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >

De bomen en hun schors.

Hier opnieuw een Natura 2000 site. Hier ziet u tussen het eikenbos nog andere boomsoorten: berken, beuken, lijsterbessen, sparren, douglassparren, grove dennen… Zij hebben allemaal een andere schors.

 

De berk: de schors is gemakkelijk in stroken los te trekken en is, door de tijd heen, voor heel wat doeleinden gebruikt. De schors is waterdicht en werd gebruikt als dakbedekking. Ze is brandbaar en werd verkocht in bundels om het vuur aan te steken.

De lijsterbesboom:
zijn grijze, blinkende schors is eerst glad en vertoont later grote groeven. Vroeger werd de schors verpulverd en gebruikt om wol zwart te verven. Aan de kleine takken kan men de schors gemakkelijk verwijderen. Vroeger maakten kinderen hier fluiten mee, of hoorns met grotere takken.

 

De eik heeft een schors die rijk is aan tannine (looizuur). Vroeger werden eiken gepeld om de schors te laten drogen en aan de leerlooierijen uit de streek van Stavelot of Malmedy te verkopen. Daar werd de schors verpulverd en vervolgens gebruikt in de verwerking van de huiden.

Image du livre l'Ardenne et l'Ardennais

De schors beschermt het spinthout, een levensnoodzakelijk deel van de boom.Als u de schors beschadigt of uw naam erin kerft, maakt u een opening voor schimmels of ziekten.

De bomen en hun schors.

De beuk en de houthakker:
Er was eens een knorrige houthakker. Een echt rotkarakter.
Hij gooide zijn vest aan de voet van een boom,
stroopte zijn mouwen op en begon te hakken.
Hij hakte uit volle kracht, met volle geweld.

- Hey daar, kalm aan jongen.
Uit het bladerdak hoorde hij een diepe stem.
De houthakker verstarde en keek naar boven.
Op de takken zat een klein mannetje.
Een heel klein mannetje, gerimpeld en gebocheld.
De stem ging door:
- Zeg kereltje. Dat is wel mijn boom hoor, die je daar aanvalt.
De boom waar ik zo graag even in uitrust.
De houthakker fronste de wenkbrauwen.
Hij had in het kleine mannetje wel degelijk een bosgeest herkend,
maar trok het zich niet aan.
Waarschijnlijk was zijn geest beneveld door zijn slecht humeur.
Hij mompelde een paar scheldwoorden en hakte op de stam
in met alle kracht die hij kon opbrengen.

- Au, stop! Er vliegen spaanders tot in mijn ogen.
Maar de bijl bleef hakken en de houthakker bleef vloeken.
- Aha, zit het zo… zei het kleine mannetje.
Goed, als je zo knorrig bent, verander ik je in een beer.
En de boom waar je zo hevig tegen tekeergaat,
die geef ik een schors waar jij niet op zal kunnen klimmen!
En sindsdien zijn beren altijd knorrig
en hebben beuken een gladde schors.

 

Onthaal wandelingenGéografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >