|
In het bos, onder de bomen, vindt men heel andere soorten bloemen: kransbladige Salomonszegel, witte klaverzuring, wilde kamperfoelie, dalkruid...
De salomonszegel of Polygonatum verticillatum kreeg zijn naam door de littekens die de bloemstelen, jaar in jaar uit, achterlaten op de ondergrondse wortelstok.
Het is een geneeskrachtige plant die gebruikt wordt om artritis te bestrijden, maar ze is ook giftig. Vooral de vruchten kunnen ernstige hart- en verteringskwalen veroorzaken als men ze rauw opeet.
Met de wortelstok, die in vet gebakken werd, maakte men een zalf tegen huidvlekken en kneuzingen.
Op deze zure bodem groeit nog een andere soort: de gewone salomonszegel (Polygonatum multiflorum). Beide planten zijn kenmerken voor het onderhout, zeker in beukenbossen.
|