|
De sociale wespen of Vespidae: in de lente zoekt het vrouwtje een beschutte plaats en gaat ze in haar eentje aan het werk. Zij trekt een dun velletje hout los en brengt dat naar de nestplaats. Zij kauwt erop om het met speeksel te doordrenken en plakt het zorgvuldig vast. Strookje na strookje begint het nest vorm te krijgen, een steeds meer complexe vorm met volmaakt zeshoekige cellen.
Dan legt de wesp in elke cel één eitje. Al snel wordt er een larve geboren en tovert de bouwwesp zich om tot kinderverzorgsters, nog altijd in haar eentje. Zij vangt insecten en kauwt met haar krachtige kaken op de malse delen, tot het een pap wordt voor de larven.
De larven groeien en dan komt de dag dat ze hun cel afsluiten met een zijden deksel. De larve wordt een pop, dan een volwassen insect, en opent het zijdedekseltje. Na enkele dagen beginnen ook deze volwassen werksters aan de arbeid. Vanaf dan zal het vrouwtje zich volledig wijden aan het leggen van eieren.
In het wespennest komen de lentewerksters uit de mannelijk en vrouwelijke herfstlarven.
Ze paren en dan sterven zowel de werksters als de mannetjes.
De vrouwelijke wespen sterven ook, met honderden tegelijk. Enkele vinnige dames blijven leven en dommelen in, goed afgezonderd. Zij komen terug tot leven in de lente en beginnen dan aan een nieuw nest.
|