Luscircuit 3 / Wandelpaal n°17:
Het arboretum van Tahanfagne.

Onthaal wandelingenVirtueel bezoek 360°Géografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >

Exotische soorten.

De vooruitgang van de ijskap heeft in de loop van de achtereenvolgende ijstijden geleid tot de verdwijning van heel wat hogere plantensoorten in Europa. Zij konden immers niet over de natuurlijke hindernissen heen die de Pyreneeën, de Alpen en de Middellandse Zee zijn. Nadat de gletsjers zich hadden teruggetrokken, kon de vrijgelaten grond dus niet opnieuw worden veroverd. Vandaar het idee de mogelijkheid te onderzoeken om aanverwante soorten uit Amerika of Azië in te laten burgeren.

De “Lawson” cipres of Chamaecyparis lawsoniana, draagt de naam van de Schotse boomkweker die deze boom voor het eerst heeft gekweekt in 1854. Hij werd in 1938 in het arboretum opgenomen. Deze cipres is afkomstig van Noord-Amerika, waar hij boven 1500 meter hoogte groeit en een lengte haalt van 50m (de helft minder in Europa). De eindloot van deze boom is naar beneden gebogen. Hij is bestand tegen koude en wind, heeft vochtigheid nodig en kan op een zure bodem gedijen. Vroeger werd zijn hout gebruikt om tussenwanden te maken in batterijen aangezien het bestand is tegen zuur en een sterk isolerend vermogen heeft.

 

De mammoetboom of Sequoiadendron giganteum: is afkomstig van Noord-Amerika, hij heeft een dikke, vezelachtige schors die hem beschermt tegen de koude maar ook tegen vuur.

Sequoyah was een Cherokee Indiaan die in het begin van de 19e eeuw het Cherokee-alfabet heeft uitgevonden.
In California staat de sequoia “General Grant”: hij zou meer dan 3500 jaar oud zijn. Hij is 89 m hoog en heeft een stamomtrek van 27 m op het dikste punt!
Deze hier werden geplant in 1920.

 

De libanonceder of Cedrus libani: is afkomstig van Libanon (hij staat op de nationale vlag van dat land) en werd in Europa ingevoerd in 1650 als decoratieve boom. Hier werd hij in 1925 geplant.
Volgens de legende heeft Bernard de Jussieu, een Franse botanist die de botanische tuin van de Trianon ontwierp voor Lodewijck XV, een scheut van meegenomen in zijn hoed, in 1734. Diezelfde boom leeft nog steeds: hij is 20 m hoog en 4 m dik, hij staat in de “Jardin des Plantes” in Parijs.

 

Het arboretum verdient een speciaal bezoek. In de herfst is het een bijzonder mooi spektakel wanneer de bomen zich tooien in geel, oranje en rood!

Exotische soorten.

De westerse hemlockspar en Canadese hemlockspar of Tsuga heterophylla en Tsuga canadensis, geplant in 1916 en 1920. Hemlocksparren groeien niet spontaan in Europa maar zijn afkomstig van Azië en Amerika. “Tsuga” is de naam van een bepaalde soort in Japan. In Canada worden ze “pruches” genoemd. De westerse hemlockspar is afkomstig van Amerika. De soortnaam “heterophylla” wijst op het feit dat de takbladeren twee verschillende vormen hebben.

 

De arveden of Pinus cembra:
Wordt ook de Siberische pijnboom genoemd. Hij is zeer goed bestand tegen koude. De schubben van de kegels gaan niet open.
Deze den heeft dieren nodig om zijn granen te verspreiden. De notenkraker is een specialist van de arve. Er wordt gesproken van een symbiose tussen de vogel en de boom. Bij ons is zijn dieet, bij gebrek aan arvedennen, hoofdzakelijke gebaseerd op hazelnoten.
De arve is een alpijnse boomsoort.

 

 

De taxus of gewone venijnboom of Taxus baccata: is samen met de jeneverstruik de enige inheemse conifeer in onze streken. Vroeger werd hij gebruikt om pijlen en bogen van te maken. Hij wordt ook gebruikt in de behandeling van kanker. Hagen die groot genoeg zijn, worden gratis gesnoeid om de takken voor de farmaceutische industrie te recupereren. Zijn granen zijn heel erg giftig, maar niet de vrucht, de zogenaamde “zaadrok”. Net als de hulst, is de taxus een tweehuizige soort, met bomen die mannelijk zijn en andere vrouwelijk.

 

Onthaal wandelingenVirtueel bezoek 360°Géografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >