|
De vooruitgang van de ijskap heeft in de loop van de achtereenvolgende ijstijden geleid tot de verdwijning van heel wat hogere plantensoorten in Europa. Zij konden immers niet over de natuurlijke hindernissen heen die de Pyreneeën, de Alpen en de Middellandse Zee zijn. Nadat de gletsjers zich hadden teruggetrokken, kon de vrijgelaten grond dus niet opnieuw worden veroverd.
Vandaar het idee de mogelijkheid te onderzoeken om aanverwante soorten uit Amerika of Azië in te laten burgeren.
De “Lawson” cipres of Chamaecyparis lawsoniana, draagt de naam van de Schotse boomkweker die deze boom voor het eerst heeft gekweekt in 1854. Hij werd in 1938 in het arboretum opgenomen.
Deze cipres is afkomstig van Noord-Amerika, waar hij boven 1500 meter hoogte groeit en een lengte haalt van 50m (de helft minder in Europa). De eindloot van deze boom is naar beneden gebogen.
Hij is bestand tegen koude en wind, heeft vochtigheid nodig en kan op een zure bodem gedijen.
Vroeger werd zijn hout gebruikt om tussenwanden te maken in batterijen aangezien het bestand is tegen zuur en een sterk isolerend vermogen heeft.
|