Luscircuit 5
Wandelpaal nr. 4. Natura 2000.

Onthaal wandelingenVirtueel bezoek 360°Géografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >

Het netwerk Natura 2000.

Het netwerk Natura 2000 heeft als ambitie op Europees niveau een netwerk te scheppen van beschermde plaatsen. Het berust op twee Europese richtlijnen: die van 1979 voor de bescherming van vogelsoorten en die van 1992 voor de bescherming van natuurlijke habitatten. De “vogelrichtlijn” gebiedt alle lidstaten de overleving van bepaalde soorten, die in Europa in het wild leven, te verzekeren. Met name de overleving van trekvogels. De richtlijn voorziet onder meer dat terreinen die hier bijzonder geschikt voor zijn, een statuut krijgen van Speciale Beschermingszone (SBZ). De “habitatrichtlijn” biedt een inventaris van natuurlijke leefomgevingen of diersoorten (buiten vogels) die zeldzaam of bedreigd zijn op Europees niveau. Elke lidstaat van de Europese Unie heeft de meeste belangrijke natuurzones moeten aanduiden als Speciale Instandhoudingszone (SIZ) om zo het behoud ervan te garanderen.

Het Waalse Gewest heeft beslist hetzelfde beschermde statuut te verlenen aan zowel SBZ’s als SIZ’s binnen het netwerk Natura 2000. Om te zorgen dat deze kernzones in verbinding zouden staan, werden ook natuurlijke omgevingen die op het eerste zicht minder interessant lijken, opgenomen in het netwerk. In het Waalse Gewest vormt het orohydrografische netwerk (hoogteverschillen en waterlopen) de ruggengraat van het netwerk Natura 2000. Waterlopen vormen immers natuurcorridors die nodig zijn voor de verspreiding van soorten. Het reliëf heeft dan weer een doorslaggevende invloed op andere facetten die de verspreiding van soorten bepalen: de wind, de temperatuur… De Waalse sites die kandidaat zijn voor het netwerk Natura 2000 bedekken iets meer dan 13% van het grondgebied, ofwel meer dan 220.000 hectare.

U bevindt zich nu in een habitat Natura 2000. Het is een beukenbos met witte veldbies. De rest van de wandeling loopt tot in Spa door dergelijke beukenbossen. We kunnen er later dus op terugkomen.

 

De vink, Fringilla coelebs, is erg verlekkerd op beukennootjes en in slechte tijden vaak te zien in voederbakjes. De vink is gemakkelijk te herkennen, het mannetje is bonter dan het vrouwtje. In de winter komen ze samen, soms in grote groepen, maar in de lente, als het tijd is om te paren, bewaakt elk mannetje actief zijn territorium. Hij oppert dan zijn zang, in de toppen van de bomen of de struiken, om concurrenten weg te houden.

 

Let op wanneer u de straat oversteekt. Houdt kinderen aan de hand.

Grote zoogdieren.

In de Ardense bossen leven de grote wilde zoogdieren van Wallonië. Herten, reeën en everzwijnen leven samen in deze bossen. Het everzwijn is goed te herkennen, maar een leek zou gemakkelijk herten en reeën kunnen verwarren, ondanks het aanzienlijke verschil in grootte wat niet altijd even duidelijk is. Deze dieren hebben behoefte aan ruime bossen, vooral everzwijnen en herten. Ook al worden herten, reeën en everzwijnen op Europees niveau niet als prioriteit gezien, toch zou het bosbeheer binnen Natura 2000 beter tegemoet moeten komen aan hun behoeften. Er worden namelijk ecologische corridors aangelegd tussen bosstukken, open en gevarieerde bossen worden bevorderd, ook bosranden in lagen, de aanleg van open plekken, de verbreding van bospaden… allemaal maatregelen die deze dieren meer voedingsbronnen zullen opleveren.

 

Het everzwijn, Sus scrofa, beschikt over een perfect aangepaste lichaamsbouw. Zijn kop (“hure” in het Frans) is zwaar en loopt uit in een verlengde snuit waardoor hij gemakkelijk door struiken of kreupelhout kan lopen. Hij is gepantserd met leder, vet en een vacht en vreest zeker de slechte weersomstandigheden niet. Bij de mannetjes zijn de hoektanden bijzonder sterk ontwikkeld en vormen ze een doeltreffend wapen.

Met hun krachtige snuit kunnen ze diep in de grond woelen om te zoeken naar insecten, eikels, beukennoten of wortels. Hij is gespierd en kan meerdere tientallen kilometers afleggen op een nacht. Het everzwijn kan ook zwemmen. Daarbij komt nog een goed gehoor en een uitstekend reukvermogen. Everzwijnen zijn sociaal, ze komen vaak samen in grote bendes (“Compagnies” in het Frans, troepen). (voor meer info, zie circuit 7).

Photo: Roger Herman

 

Het hert, Cervus elaphus, is het grootste wilde zoogdier uit onze streken en was oorspronkelijk een dier dat in open omgevingen leefde, met lange, dunne en spichtige poten om lange afstanden te lopen.

Als het hert vlucht, rent het recht vooruit en springt het enkel om eventuele hindernissen te vermijden. Om zich te voeden verkiest het hert grasachtige planten die hij graast op brandgangen, open plekken, weiden… aan de rand van het bos. Het hert is sociaal en leeft in roedels, waar mannetjes en vrouwtjes enkel samenleven tijdens de bronsttijd, in de herfst. Als het tijd is om de jongen te werpen, zonderen de vrouwtjes zich echter vaak af van de vrouwtjesroedels (voor meer info, zie circuit 8).

 

De ree, Capreolus capreolus, voedt zich meer met houtachtige planten: struiken, heesters, laaghangende takken… Daarom ziet men reeën vaak aan de rand van het bos waar ze zich terugtrekken om te schuilen. De ree is heel levendig en vlucht al springend, in zigzag, voortgestuwd door zijn sterk ontwikkelde achterpoten. Reeën zijn eenzaten en leven niet in grote roedels, hoogstens in kleine familiegroepjes van 2 tot 4 individuen. Behalve in de winter, dan kunnen deze kuddes groter worden (voor meer info, zie circuit 10).

 

Onthaal wandelingenVirtueel bezoek 360°Géografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >