Luscircuit 6
Wandelpaal nr. 4. Natura 2000.

Onthaal wandelingenGéografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >

Paddenstoelen en hun “relaties”.

Paddenstoelen kunnen kiezen tussen drie levenswijzen. Saprofytische paddenstoelen voeden zich met dood organisch afval. Parasietzwammen voeden zich op levende wezens. Mycorrhiza-paddenstoelen leven in symbiose met andere planten: ze ontvangen voedingsstoffen die deze planten door fotosynthese produceren en helpen de boom of plant een groter volume aarde te bestrijken om er voedingsstoffen uit te halen die ze nodig hebben. De goedaardige gevolgen van een dergelijke symbiose zijn zo sterk dat de bosproductie dankzij mycorrhiza in jonge bossen 40 maal hoger kan liggen en 1 tot 1,5 maal hoger in volwassen bossen. Hier, op deze zure bodem, gaat het vooral om de vliegenzwam onder de berk, de witte russula, de valse witte russula en de kastanjeboleet bij coniferen en beuken. .

 

In beukenbossen, zoals hier, kunt u de verrukkelijke gele stekelzwam of schapenvoetje, Hydnum repandum, vinden. Het is een lichtgele paddenstoel met aan de onderkant van de hoed kleine “prikkels”. Ook de amethistzwam of rodekoolzwam, Laccaria amethystina, groeit onder beuken. Deze kleine, paarse paddenstoel is eetbaar, maar let op dat u hem niet verward met het heksenschermpje, Mycena rosea, dat ook samenleeft met de beuk maar wel giftig is. In principe is het heksenschermpje meer roze van kleur, lichter dus. Maar bij droog weer verlies de rodekoolzwam zijn mooie paarse kleur en verbleekt hij.

 

Ook saprofytische paddenstoelen spelen een belangrijke rol in het recycleren (opnieuw in de cyclus brengen) van dood organisch materiaal. Het geweizwammetje is bijvoorbeeld een paddenstoel die op takken of stronken groeit. Sommige insecten dragen echter ook een aanzienlijk bij tot de ontbinding. De gewone mestkever, Geotrupes stercorarius, is een schildvleugelige. Het vrouwtje graaft gangen waarvan ze het uiteinde bekleedt met “paardenvijgen” of schapenkeutels. Zo maakt ze een cel waar ze een eitje in legt en die ze dan dichtmaakt. Het vrouwtje vult dan de rest van de gang met mest die door het mannetje wordt aangedragen. Zodra de larve uitkomt, begint ze zich te voeden met de opgeslagen mest en eet zo geleidelijk zijn weg tot de uitgang.

 

    Enkel mensen met een perfecte kennis van paddenstoelen kunnen ze zonder risico plukken. Er zijn geen “trucjes” en kinderen moeten steeds worden gewaarschuwd.

Verwoestende insecten.
 

Sommige relaties tussen insecten, paddenstoelen en planten zijn voordelig voor het bos, andere zijn dan weer verwoestend. Zo bijvoorbeeld een bijzondere relatie die bestaat tussen het dierenrijk, het plantenrijk en het rijk der paddenstoelen. De “biologische aanval” die aan het begin van het derde millennium onze beuken trof, is een ware economische ramp geweest.

 

Neem nu een beuk die al onder natuurlijke druk staat, de vorst is laat, hij is verzwakt door extreme weersomstandigheden, droogte bijvoorbeeld. Deze boom stoot vluchtige stoffen uit, zoals alcoholische stoffen, die sommige insecten kennen. De aanwezigheid van spintkevers en werfkevers (lymexylidae) duidt op een verzwakte boom.

 

Spintkevers zoals de Trypodendron domesticum of de Trypodendron signatum worden aangetrokken door dit beginnende gistingsproces. De vrouwtjes graven een gang en laten feromonen vrij die andere Trypodendrons aantrekken, mannetjes en vrouwtjes. De twee insecten paren en graven dan verder aan de gang en kleine nissen waar dan een twintigtal eitjes in worden gelegd. Spintkevers hebben onder de thorax een plooi (het pronotum) waar ze paddenstoelsporen in bewaren om naar de legnissen te brengen. Waarom? Om voeding te voorzien voor de larven. De insecten zijn namelijk niet in staat de cellulose van het hout te verteren en voeden zich met zwamdraden die zelf cellulose verwerken. En de paddenstoel, die gebruikt de insecten om zich her en der te verspreiden.


Photos JM Henin

 

Zolang de larven groeien, blijven de volwassen insecten op de wacht: de paddenstoel mag niet zodanig welig tieren dat de larven worden verstikt en andere paddenstoelen mogen de gangen niet in. Pas nadat de spintkevers vertrokken zijn, zullen andere paddenstoelen de boom koloniseren.

 


Photos JM Henin

De volwassen Hylecoetus dermestoides (soort werfkever) brengt een paddenstoel in de boom bij het leggen van de eitjes. De larven bewegen achteruit en lossen hun zagemeel naarmate ze vorderen tot het hart van de boom. In de winter stoppen ze hun gangen dicht met zaagsel, pas in de lente hervatten ze hun groei.

 

Het mycelium van de paddenstoelen verovert de aangetaste boom volledig en leidt tot zijn dood. Hetzelfde fenomeen bestaat ook bij de gewone spar (Picea) maar dan met andere spintkevers: de letterzetter en de koperetser. Om deze “ziekten” te bestrijden moeten eerst de aangetaste bomen, en dus de larven, worden verwijderd om de verspreiding stop te zetten. Dan kan men “vallen” plaatsen voor schorskevers, plaatjes met feromonen of ethanol op om ze aan te trekken en te vangen.

 

 

Onthaal wandelingenGéografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >