|
Het wilgenroosje, Epilobium angustifolium, is een grote plant die soms in de lente stralend gekleurde “kolonies” vormt. De bloembladeren zijn niet helemaal gelijk, de kelkbladeren zijn felroze van kleur. De bloemen zijn “tetrameer” (elk deel van de bloem groeit in groepen van 4 of een veelvoud daarvan): 4 bloembladeren, 4 kelkbladeren, 4 stempels et 8 meeldraden. Het wilgenroosje, ook wel grondoleander genaamd, is een koloniserende plant die te vinden is op elk open plekje in het bos, als de hertachtige bosbewoners haar tenminste met rust laten… Ze lusten deze plant, die een echte caloriebom is, namelijk erg graag. De plaatselijk “wilde flox” (sâvadge flox) genoemde plant, werd door de landbouwers vervloekt want de vruchten, waar een pluimpje op groeit, mengden zich met de haver die dan korrel per korrel gesorteerd moest worden als er bloem van gemaakt werd. De stengels bevatten een licht gesuikerde, geleiachtige “merg”. Deze taaie plant werd vroeger gestoomd en met saus opgediend.
Het wilgenroosje is een honingplant met geneeskrachtige eigenschappen: laat 30 gr gedroogde wortel in een liter water koken en u hebt een gorgeldrank tegen mondzweertjes.
De zaden hebben een lang pluimborsteltje en worden door de wind verspreid, soms over grote afstanden. Men zegt dat de borsteltjes gesponnen kunnen worden… met heel veel geduld uiteraard.
|