Luscircuit 7
Wandelpaal n°02:  het pad naar de schietbaan

Onthaal wandelingenGéografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >

De bosrand.

De bosrand is heel belangrijk als ecologische omgeving en verbergt namelijk een aanzienlijke biodiversiteit. Het is zo dat planten groeien zoals wij huizen bouwen, in verdiepingen: dat heet dan de verticale structuur. Van de kelder tot de zolder biedt de natuur onderdak en voeding aan verschillende diersoorten, waardoor ze elke omgeving kunnen veroveren… En die kans laten insecten zeker niet schieten!

 

Elke diersoort in dit milieu vertegenwoordigt een schakel in de voedingsketen. Het is dus bijzonder belangrijk deze omgeving als een geheel te vrijwaren!

 

In de grond vindt men bacteriën die nodig zijn om organische stoffen te ontbinden. Er zitten ook larven of volwassen insecten. Ook grotere dieren zoeken hier hun “huisvesting”: mollen, hazen, dassen…
Laten we zeker de aardworm niet vergeten die met zijn gangen de grond helpt ademen.
Bovendien zit er in de grond ook water, de bron van het leven, en de stoffen die planten nodig hebben om te groeien.

 

In bossen onder bosbeheer (van openbare eigenaars) is de bodem tegenwoordig het onderwerp van geschikte beschermingsmaatregelen om het behoud van deze talrijke eigendommen te verzekeren. De handhaving van de bodemkwaliteit is van cruciaal belang in een goed bosbeheer. De bodemsoort bepaalt immers welke boomsoorten men kan introduceren.

 

De bosrand is ook voor de bosbewoners zeer welkom: de bosrand zorgt dat de wind niet met geweld tussen de bomen in kan beuken en vormt een buffer voor extreme weersomstandigheden zoals grote droogte of sterke vorst.

De bosrand.

 

In het mos leven heel wat ongewervelde dieren, zoals springstaarten, larven van keverachtigen, loopkevers, bepaalde spinsoorten en mijtachtigen, enz.

In het hoge gras leven enorm veel insecten en vinden microzoogdieren of kikvorsachtigen een schuilplaats. Bloemplanten zijn heel belangrijk, bijvoorbeeld voor vlinders en bijen.
Het gras is ook het belangrijkste voedingselement in het dieet van hertachtigen en andere graseters.

Bomen en struiken geven hun vruchten (bosbessen, bessen, droge vruchten…) aan de vogels, eekhoorns en andere zoogdieren.
Herten en reeën houden van jonge blaadjes en scheuten. In het struikgewas vinden zij de schuilplaatsen (in het Frans “remise” genaamd) die zij zo hard nodig hebben.
Heel wat insecten voeden zich met hout (schorskevers) of boombladeren (rupsen).

Water is niet enkel geschikt als levensomgeving voor vissen. In het water leven ook insecten (waterspinnen, larven van libellen, waterjuffers, muggen…), bacteriën en kleine schaaldieren.
Het is een noodzakelijke omgeving voor de voortplanting van kikkervisjes, kikkers, padden…

 

Onthaal wandelingenGéografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >