|
Zij leven op vochtige plaatsen, bij vijvers of plassen.
Zij doen hun winterslaap onder stapels bladeren, rotsen, takken… of in een verlaten hol van een knaagdier.
Zij voeden zich met aardwormen, spinnen, kleine insecten…
Er gaat heel wat bijgeloof gepaard met dit onschadelijke dier dat een weldaad is voor onze tuinen (hij eet naaktslakken!): padden worden ervan beschuldigd wijn te doen keren of puisten te geven.
Men zegt echter ook van padden dat zij ratten verjagen, neusbloedingen doen stelpen of ook nog dat het ongelukkige, betoverde droomprinsen zijn…
|