Luscircuit 7
Wandelpaal n°04:  een dode boom.

Onthaal wandelingenGéografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >

De zwarte specht.

Op 2 april 1979 werd de Europese Richtlijn voor het behoud van wilde vogels goedgekeurd. Deze omvat de bescherming van vogelsoorten, maar ook van hun habitat. De vernietiging ervan is immers de grootste bedreiging voor het behoud van de soorten. Zo zijn momenteel een reglement en doeltreffende maatregelen van kracht om de vogels opgenomen in de Richtlijn te beschermen.

 

De zwarte specht, Dryocopus martius, is gekend als vogel omdat hij in een hol leeft dat hij uitgraaft in een boomstam, vlak onder de eerste dikke takken (meestal een beuk).
Door zich te voeden verlost hij het bos van een aantal houtetende insecten.


De specht wordt bedreigd door het rooien van de dode bomen waarin de insecten leven die grotendeels zijn dieet uitmaken en van de bomen waarin hij zijn nest maakt. Daarom heeft het Waalse Gewest beslist in de ruimtelijke ordening “verouderingseilandjes” te voorzien en bovendien een minimum van één dode boom per hectare bos te behouden. Op sommige van die bomen hangt een plaatje van een specht, zoals u hier kunt zien.


Het is ook raadzaam de nestbomen te behouden tijdens het rooien om het wegtrekken van gevestigde koppels te vermijden.

 

Naast de wandelpaal groeit knopig helmkruid. Deze plant is van dezelfde familie als gewoon vingerhoedskruid (zeer giftig) en is ook werkzaam op het hart. Als u de bladeren tussen uw vingers verfrommelt, geven ze een misselijkmakende geur vrij. Maar opgelet: helmkruid is licht giftig.

Plantenetende schildvleugeligen.

Pas photo sur le CD

De schildvleugeligen vertegenwoordigen de grootste insectenorde ter wereld. Zij worden gekenmerkt door twee paar sterk verschillende vleugels: vliesachtige voorvleugels en dikke, hoornachtige achtervleugels die meestal de voorvleugels bedekken en het dier een gepantserd uiterlijk geven. Die harde achtervleugels worden dekschilden genoemd. Ze staan open tijdens het vliegen maar dienen niet voor het vliegen zelf. Daarvoor zorgen de vliesachtige voorvleugels.

Pas photo sur le CD

 

Schildvleugeligen die fytofaag zijn (die planten eten) kunnen grote schade aanrichten in bossen. Sommige vallen zieke of verzwakte bomen aan, andere dan weer gezonde bomen.

Pas photo sur le CD

 

De larven van de gewone meikever, Melolontha melolontha, blijven twee winters onder de grond, in de velden. Zij worden volwassen en doen dan nog een winterslaap onder de grond. In de lente vliegen ze naar de bossen waar ze de bladeren van beuken, eiken, berken, enz. opeten.

 

De Phyllobius arbator, een soort snuitkever, voedt zich met bladeren van bepaalde bomen. Na zijn maaltijd blijven enkel de bladnerven over. Zijn larven komen tot ontwikkeling in de grond en eten de wortels van verscheidene planten.

 

De letterzetter of boekdrukker, Ips typographus, is maar 4 tot 5 mm lang en toch is hij elke boswachters “vijand nummer één”: zijn aanvallen zijn zowel op gezonde als afstervende sparren gericht. Hij graaft tunnels onder de schors: het vrouwtje graaft een gang in het hout en legt er haar eieren in. Zij wrijft op voorhand de wanden van de gang in met een schimmel van de Ambrosia-soort om eten te voorzien voor de larven. Maar die schimmel onderbreekt de circulatie van het sap en veroorzaakt fysiologische verstoringen die fataal kunnen zijn voor de boom. In 1992, na de grote overstroming van 1990, was bijvoorbeeld 250.000 m³ sparren aangetast in België.

 

Onthaal wandelingenGéografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >