Luscircuit 7
Wandelpaal n°05:  de zandweg.

Onthaal wandelingenGéografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >

De spar.

In de bodem van Malchamps zitten zandbanken uit de tertiaire periode. Daarom heet het pad dat hier loopt de “chemins des sables”. Op de kam van Malchamps vormen het zand en de kiezelstenen een filterlaag waar het regenwater doorloopt. Als het echter op de kleilaag stoot, zal het water vlak bij het plateau weer ontspringen. Dit water is van het type “source” en is licht mineraalhoudend. De samenstelling ervan verandert in de tijd en daarom wordt het niet erkend als natuurlijk mineraalwater.

Fagne de Malchamps

Sables 50 millions d'années
Argile à silex 100 millions d'années

 

De braam Rubus fruticosus is een plant die welgekend is onder wandelaars. De vruchten, de braambessen, zijn zeer rijk aan vitaminen C en de bladeren kunnen gebruikt worden in fytotherapie. Braamthee wordt aanbevolen in geval van buikloop en als mondspoeling tegen mondinfecties. In Antieke tijden gebruikten vrouwen braambessensap als schmink voor lippen en wangen.

 

De gewone spar, Picea abies, is geen inheemse houtsoort maar werd geïntroduceerd in de helft van de 19e eeuw om te antwoorden aan de grote vraag van de houtindustrie. Het is een boom die snel groeit. Zijn hout wordt vooral in de bouw gebruikt, voor dakspanten en huizen met houten geraamten.

 

 

Het is ook hout dat een goede klank geeft voor piano’s en violen. De spar wordt veel gebruikt in de papiernijverheid en siert onze huizen in de kersttijd. Het is dus een nuttige boom, ook al is het op sommige plaatse gerechtvaardigd hem te vervangen door loofbomen of andere harsbomen.

 

Sparren leveren zaadjes voor eekhoorns. Het is gemakkelijk de maaltijdresten van deze kleine knaagdieren te vinden tussen deze sparrenbomen. Zij laten de kegels waaraan ze hebben geknabbeld op de grond liggen.

Pro Sylva.

Bosbeheerders wensen steeds meer aan bosbouw te doen met eerbied voor het natuurlijke evenwicht. Die natuurgetrouwe bosbouw heet “PRO SYLVA”.
Doel van dit soort bosbouw is de natuurlijke biodiversiteit duurzaam te handhaven, de gezondheid van de bosbewoners en bomen te verzekeren, de soorten meer weerstand te bieden tegen gevaren (stormen, parasieten, ziekten…), de bodem te beschermen en uitzonderlijke habitatten te behouden.
Dit alles terwijl nog altijd genoeg kwalitatief hout wordt geproduceerd waarbij het culturele karakter van het bos en de landschapswaarde ervan worden behouden.

 

 

Dit soort bosbouw is een alternatief voor de kaalkap en is gebaseerd op de aanleg van een ononderbroken deklaag (een “film” van boombladeren). Daarop laat men dan de bomen zo natuurlijk mogelijk groeien, met de nodige aandacht voor het licht, het aantal bomen en het microklimaat van het bos. De bosbeheerder zorgt er dus voor dat zich een onderlaag vormt door natuurlijke regeneratie. Zo beschermt men de bodem en produceert men jonge en oude bomen.

Men beperkt het aantal concurrerende, adventieve planten (onkruid) en bevordert de kwaliteit van de jonge bomen door ze te beschermen tegen droogte, wind en vorst.
Om de bosbevolking stabiel te maken, stelt dit “programma” voor de bosbevolkingen geleidelijk aan te regenereren en verschillende boomsoorten aan te planten (loof- en harsbomen). En dat bevordert uiteraard de ontwikkeling van de biodiversiteit.

 

 

Onthaal wandelingenGéografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >