Luscircuit 7
Wandelpaal n°06:  het Dolez pad.

Onthaal wandelingenGéografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >

De eik, de eikel en het everzwijn.

Wij bevinden ons nu in een corridor van eiken die deel uitmaakt van het Europese Natura 2000 netwerk.

 

De eikels van de eik vallen in de smaak van heel wat dieren.
Onder meer het everzwijn, Sus scrolla. Dit enorme en indrukwekkende beest zal niet aarzelen zijn snuit en slagtanden in te zetten om de grond om te woelen en zo voedsel te vinden: regenwormen, wortels, eikels, beukennoten en soms zelfs kadavers… Als ze té talrijk worden, kunnen everzwijnen grote schade aanrichten: ze ploeteren in de velden en verwoesten de teelt. En zo halen ze de woede van de boeren op zich.
Everzwijnen rollen geregeld in de modder om komaf te maken met de parasieten die onder hun pels zitten. Het is duidelijk te zien waar ze die modderbaden nemen: de boomstammen rondom hangen onderaan, daar waar de everzwijnen zich na hun bad hebben afgewreven, volledig vol modder.

 

Met takken en bladeren maakt de zeug een nest op de grond, ze bedekt het met boomtakken. In dit “leger” zal ze 3 tot 8 frislingen (everjongen) werpen, in maart-april, na een dracht van drie maanden, drie weken en drie dagen, net zoals onze tamme varkens. In sommige jaren, als de voedingsbronnen overvloedig zijn, kunnen de wijfjes een tweede dracht doen. Soms kunnen jonge zeugjes zich na zes maanden al voortplanten.
De zeugen leven met hun frislingen in troepen. Deze verliezen voor hun zesde maand hun strepen en worden dan “bêtes rousses” (rosse dieren) genoemd. Vanaf 1 jaar worden ze “bêtes de compagnie” (gezelschapsdieren) genoemd aangezien ze in troepen leven. Het is pas op latere leeftijd dat ze zich in eenzaamheid terugtrekken.
Hoewel het everzwijn in principe een dagdier is, wordt hij uit angst voor de mens meer en meer een nachtdier.

 

Uit de aanwezigheid van veenmos en moerasviooltjes kan men met zekerheid afleiden dat de grond waar we nu op staan erg zuur is… Sommige planten vertellen ons inderdaad meer over de eigenschappen van de bodem waar ze op groeien.

Loof of hars?

Harsbomen hebben doorgaans een groen blijvend, taai naaldengebladerte. Vaak zijn ze aromatisch.
De vrouwelijke bloemen hebben meestal schubben, soms met felle kleuren. De vrouwelijke bloemen die de eicel bevatten, zijn altijd gescheiden van de mannelijke bloemen die de pollen produceren. Harsbomen zijn nooit hermafrodiet.

  

Men zegt dat het zaad nooit naakt is bij naaldbomen, dat het met andere woorden niet in een gesloten holte zit (het ovarium). De vrucht is een “kegel” van houtachtige schubben met zaadjes ertussen.
Net zoals bij andere bomen, loopt het sap door de harsbomen en levert hen voedingsstoffen die ze nodig hebben om te groeien. Maar naast het sap, hebben zij ook hars (vandaar de naam). Het hars loopt door de harsvaten en heeft een beschermende rol: als een harsboom gekwetst wordt, loopt het hars eruit om zo de wonde te bedekken als een pleister. Zodoende vermijden ze de ontwikkeling van schimmels en kunnen bacteriën, virussen, enz. niet binnendringen.

 

 

Loofbomen hebben gewoonlijk afvallende bladeren die breder en zachter zijn, met een duidelijk netwerk van nerven, en die in talrijke vormen groeien.
Hun bloemen zijn soms tegelijk mannelijk en vrouwelijk, wat men hermafrodiet noemt. Ze ontwikkelen vaak gekleurde bloembladeren en verspreiden rijke aroma’s. Bij sommige loofbomen kunnen de mannelijke en de vrouwelijke bloemen echter ook gescheiden zijn.
Bij loofbomen zitten de eicellen in een ovarium. De bloem verandert in een vrucht waarin de zaadjes worden verborgen.

De vruchten zijn sterk uiteenlopend qua kleur maar ook vorm en samenstelling: bessen, capsules, katjes, vleesvruchten en droge vruchten, zacht of grof, eetbaar of niet…
Net als bij de harsbomen draagt het sap alle voedingstoffen die de boom nodig heeft om te groeien. Loofbomen hebben enkel geen hars.

 

Let op de uitzonderingen! De taxusboom is wellicht een harsboom, toch zit zijn zaad in vruchtvlees. De lariks heeft afvallende bladeren. Hulst verliest geen bladeren in de winter. De vrucht van de els lijkt op een kegeltje dat houtachtig wordt.
Als men zegt dat harsbomen hun gebladerte niet verliezen, dan wil dat nog niet zeggen dat de naalden op de boom blijven zolang deze leeft. De naalden vallen op verschillende momenten af, nadat ze meerdere jaren op de takken hebben gestaan.

 

Onthaal wandelingenGéografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >