Luscircuit 7
Wandelpaal n°09:  de artiestenwandeling.

Onthaal wandelingenVirtueel bezoek 360°Géografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >

Het beukenbos.

De beken die de hellingen aflopen en afkomstig zijn van het veenmoeras van Malchamps, volgen de geologische spleten. Deze spleten werden gevormd door de verschillende plooien die veroorzaakt werden door de verplaatsing van de tektonische platen.
De grond is siliciumhoudend: men kan talrijke blokken kwartsiet en kwartsfylliet zien langs de “Ru des Artistes”

Het beukenbos is het soort bos dat in grote delen van België de overhand zou krijgen als er geen menselijke tussenkomst zou zijn. Men zegt dat het beukenbos het climaxbos is.

 

 

In beukenbossen op zure bodem groeit naast de beuk vaak witte veldbies, Luzula luzuloides.

Het onderhout is arm en de afval wordt maar traag afgebroken daar de beuk, Fagus sylvatica, is een schaduwsoort met een zeer dicht gebladerte waardoor zonnelicht en –warmte slechts in geringe mate tot aan de bodem komt. Het is ook belangrijk deze bossen te vrijwaren uit economische overwegingen: de beuk, Fagus sylvatica, is wat men een “edele” loofboom noemt, met andere woorden een boom met een grote handelswaarde.
Maar om kwaliteitshout te verkrijgen, moet men op doordachte en aangepaste wijze het bos beheren.

 

 

Opgelet! Bij nat weer zijn de houten looppaden glad. Houdt u goed vast en loop voorzichtig…

Bosbouwactiviteiten.

De bosbeheerder plant boomsoorten op een geschikte plaats (standplaats, bodem…). Daarna waakt hij erover dat wilde planten de groei van de jonge boom niet hinderen. Dat heet de vrijstelling. Loofbomen worden vervolgens in vorm gesnoeid om splitsingen te vermijden en de stam zo recht mogelijk te maken.
Tijdens de omloopstijd (levensduur van een boom of opstand vooraleer die tot maturiteit komt) voert de boswachter de zogenaamde dunning uit, dit wil zeggen dat hij zieke, gebrekkige en slecht gevormde bomen kapt die storend waren voor de “uitverkoren” bomen. Hierdoor beperkt hij de concurrentie en laat hij de mooiste bomen groter en dikker worden in de beste edafische omstandigheden (bodem en water) en luchtomstandigheden (licht en lucht). Deze ingreep vergt het nodige denkwerk: men mag noch te veel, noch te weinig bomen verwijderen en de opstand moet homogeen blijven. Gerooide bomen kunnen bijvoorbeeld in de papiernijverheid worden gebruikt, of als kachelhout voor kleinere formaten.

  

Het aanduiden van de bomen die verwijderd mogen worden, heet het merken of blessen (“martelage” in het Frans). De boswachter gebruikt hiervoor een hamer (“marteau”, vandaar de naam) om een “bles” te zetten op de boom en deze te merken met de koninklijke zegel (de Belgische leeuw). De houthakkers die het bos ontginnen, mogen dan enkel de bomen kappen die "gemerkt" zijn met de zegel. Het blessen en het selecteren van de bomen is cruciaal voor de toekomst van het bosbestand.

Dat is de kunst van het boswachterwerk, bomen rooien om de mooiste bomen de kans te bieden zich te ontplooien en zo geleidelijk de opstand (het boombestand) te vormen dat u nu bewondert.
Meestal zal de boswachter na de eerste dunning de bomen ook opsnoeien, vooral bij harsbomen. Hij snoeit de takken weg op een hoogte van twee tot zes meter, liefst voor ze vijf (harsbomen) of zeven (loofbomen) centimeter dik zijn. Het doel van deze ingreep is hoogkwalitatief hout te maken zonder knopen over een bepaalde hoogte.

 

Als al deze handelingen goed zijn uitgevoerd, geeft de beuk een ideaal hout voor de bouw. En dan kunnen de slieten, dat zijn de gekapte, van takken ontdane en op een bepaalde lengte gesneden stammen, tegen een hoge prijs verkocht worden aan zagerijen. Daarna volgt het afsteken en het schillen, en hier liggen de eisen voor de kwaliteit van het hout het hoogst daar het voor de meest edele toepassingen dient: binnenschrijnwerk en schrijnwerkerij.

 

Beukenhout is wit of lichtroos, het is homogeen en hard. Men gebruikt ook beuk om gereedschapsstelen en talrijke andere voorwerpen te vervaardigen. Men mag de rol van de bossen en afgeleide producten in het Waalse Gewest niet onderschatten op het vlak van de koolstofcyclus. De voorraad koolstof in de biomassa van de bossen wordt immers geschat op 48 miljoen ton, met nog eens even veel in de bodem. Het totaal vertegenwoordigt meer dan 7 maal de jaarlijkse, gewestelijke emissies. Deze voorraad groeit jaarlijks door het verschil tussen de toename van de biomassa en de bosontginning, met ongeveer 4% van de jaarlijkse emissies.
Ongeveer de helft van het gekapte hout wordt vervaardigd tot producten met een lange levensduur, wat bijdraagt tot de ontwikkeling van de vaste voorraad op lange termijn. Bovendien kost het minder energie om deze producten te vervaardigen dan met andere materialen, wat ook weer bijdraagt tot een vermindering van de emissies.

 

Onthaal wandelingenVirtueel bezoek 360°°Géografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >