Wandeling 8
Wandelpaal n°02:  het pad naar de schietbaan.

Onthaal wandelingenGéografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >

Het dierenrijk en het plantenrijk.

De hazelaar, Corylus avellana, bloeit zeer vroeg in het jaar. Het is een eenhuizige plant, wat betekent dat hij op dezelfde stam mannelijke en vrouwelijke bloemen draagt. De vrouwelijke bloemen zijn piepklein en onopvallend. De mannelijke bloemen, veelal “katjes” genaamd, produceren enorme hoeveelheden pollen en strooien ze in de wind die ze vrij kan verspreiden in het bladerloze landschap.

De notelaar kan het dus allicht stellen zonder het dierenrijk voor zijn bestuiving, wat echter niet het geval is voor de uitzaaiing.
In de herfst leggen heel wat dieren reserves aan, ze verstoppen bijvoorbeeld nootjes en vergeten soms waar hun schat begraven ligt… Hierdoor kan dan een nieuwe stek ontkiemen, soms ver van de moederplant en dus zonder te moeten concurreren.

 

Alle trucjes zijn goed om insecten te lokken voor de bestuiving: schitterende kleuren, betoverende geuren, heerlijke nectar… Een groot aantal hermafrodietplanten zijn afhankelijk van insecten om zich voort te planten. Zij produceren minder pollen zonder echter hun slaagkans te verkleinen.

 

 

Het voedingspatroon van de dieren pas zich aan in functie van wat beschikbaar is op het ogenblik zelf. Zo eet de erg op vlees beluste vos in de lente ook blauwe bosbessen. In de winter vullen mezen, die normaal insecteneters zijn, hun dieet aan met zaden.

 

Frambozen, braambessen, blauwe bosbessen, rode bosbessen, aardbeien… vleesvruchten vertegenwoordigen een belangrijke voedingsbron voor dieren.

Evolutie.

Sinds het begin der tijden hebben het dierenrijk en het plantenrijk op onze aarde een constante evolutie gekend met wederzijdse aanpassingen. Bacteriën en groene algen zorgen voor de productie van zuurstof, waardoor leven kan gedijen in het water van de oceanen en later ook op het vasteland. De eerste planten op het vasteland bleven afhankelijk van het water om zich voor te planten. Pas lange tijd later verschenen de eerste insecten, de eerste planten met bloemen en vervolgens de eerste insectenetende kikvorsachtigen et reptielen… Heel wat later verschenen dan ook de grote planteneters en hun roofvijanden.
De aanwezigheid van de mens vertegenwoordigt slechts een korte periode op de tijdslijn. En toch is de invloed van de mens op het milieu spectaculair geweest!


Men heeft vijf fasen vastgesteld in de loop van de geologische evolutie die gepaard gingen met massale uitroeiingen. De oorzaken zijn nog niet met zekerheid gekend: een meteoorinslag, klimaatsomwentelingen, intense vulkaanuitbarstingen… het debat is nog aan de gang.
Wetenschappers trekken nu echter aan de alarmbel. Het zou goed kunnen dat de zesde uitroeiingsfase al begonnen is en ditmaal zou de mens de oorzaak zijn.

 

Onthaal wandelingenGéografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >