Luscircuit 11
Wandelpaal nr. 2 : Het sparrenbos.

Onthaal wandelingenVirtueel bezoek 360°Géografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >

Een kunstmatig bos.

In de loop van de wandeling zult u verschillende omgevingen of habitatten ontdekken waarvan er heel wat opgenomen zijn in de Habitatrichtlijn en bijgevolg deel uitmaken van het netwerk Natura 2000. Maar een habitat, wat is dat nu eigenlijk? Een habitat is een ecosysteem met homogene abiotische eigenschappen (hebben geen betrekking op levende wezens): zelfde soort grond, zelfde klimaat, zelfde vochtigheid… Het biedt plaats voor een plantaardige gemeenschap waar dierlijke gemeenschappen aan gekoppeld zijn.

Met een concreet voorbeeld wil dit zeggen dat de vochtige heide waar u net doorwandelde, een ecosysteem is. Met de informatie die op de eerste fiches staat, kunt u dit ecosysteem omschrijven. Abiotische kenmerken: een hard en vochtig klimaat, een bodem met een hoge zuurgraad die arm is aan oplosbare elementen en weinig doordringbaar. De plantaardige gemeenschap wordt vertegenwoordigd door rus (rietsoort), gewone dotterbloem… De bijhorende dierlijke gemeenschap is uiteraard samengesteld uit dieren die van een hoge vochtigheid houden en die tegen overstromingen bestand zijn: kikkers en padden, trompetslakken, insecten waarvan de larven zich ontwikkelen op bijzonder vochtige plaatsen: muggen, langpootmuggen…

Een ecosysteem of habitat is dus een min of meer omvangrijke plaats waar plantaardige en dierlijke soorten samenleven omdat ze volledig aangepast zijn aan de klimatologische, chemische en hydrologische kenmerken van het milieu.

 

Hier ziet u voor ons een ander soort habitat: een sparrenbos. Dit is geen habitat Natura 2000. Het is geen natuurlijk milieu en het is alleszins niet zeldzaam of bijna uitgestorven in Europa. De abiotische kenmerken lijken sterk op die van de lage moerasgrond, met echter één duidelijk verschil: de bodem is op deze plaats meer waterdoorlatend en dus niet voortdurend doordrenkt met water. Het klopt dat de spar in een zeer vochtig en fris klimaat kan gedijen, op een bodem arm aan mineralen. Hij is echter niet bestand tegen een bodem die voortdurend doordrenkt is.

 

Houd uw oren en ogen goed open. Er komen hier heel wat dieren: let op de sporen in de aarde van het pad, op de zang van de vogels…

De dynamiek van ecosystemen.

Er is nog een begrip dat belangrijk is om te onthouden: een ecosysteem is niet vast in de tijd. Het evolueert. Het kent een eigen dynamiek. Door deze dynamiek verandert de samenstelling van het ecosysteem op het niveau van de levende wezens die het bevolken, maar ook van de abiotische structuur. We nemen even het voorbeeld van een kunstmatige sparrenbeplanting.

In het begin zijn de bomen nog klein en wordt de ruimte tussen de sparren opgevuld met gras- en kruidachtige planten en struiken. Het licht en de warmte van de zon geraken overal tot aan de bodem. De planten die er dan groeien houden van zonlicht en zijn in staat een naakte bodem te bevolken: bastaardwederik, mossen zoals haarmos, bremsoorten, struikheide, grasachtige planten (pijpenstrootje).

De zoogdieren zijn klein van omvang en landgebonden: microzoogdieren, vossen, wezels… De vogels zijn soorten die op de grond of in het lage struikgewas nestelen: winterkoninkjes, boompiepers… De afstand tussen de jonge loten is nog groter dan oorspronkelijk.

 

Maar dan groeien de sparren. Hun kruin veroorzaakt een permanente schaduw op de grond. Hun wortels slorpen mineralen op. Ook zij verhogen de zuurgraad van de bodem als ze dicht op elkaar groeien. De zeldzame planten die in een dergelijk bos kunnen groeien zijn mossen met voornamelijk leucobryum glaucum, kussentjesmos, dat slecht zeer weinig licht nodig heeft voor de koolzuurassimilatie en vertering. Grote zoogdieren gaan deze bossen overdag dan gebruiken als “remise” of rustplaats. De vogels zijn vooral insectenetende of zaadetende soorten die aangetrokken worden door de vruchten van de bomen en nestelen tussen de takken: goudhaantjes, notenkrakers, zwarte mezen of kuifmezen.

De “Division de la Nature et des Forêts” (dienst milieu- en bosbeheer) voorziet op dit ogenblik vroegtijdige en grotere open plekken zodat de bevolkingen beter in evenwicht blijven en de zon op die plaatsen opnieuw kan doordringen: zo ontstaat het onderhout. De diversiteit van de dierlijke bevolking verhoogt: kleine en grote zoogdieren leven samen, er zijn ook eekhoorns en boommarters bijvoorbeeld. En ook de vogels komen in allerlei pluimage: ze nestelen op de grond, in de struiken en in de kruinen. Bij aangeplante bossen is er geen ouderdomsfase. Hier komen we later op terug.

 

Onthaal wandelingenVirtueel bezoek 360°Géografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >