Luscircuit 11
Wandelpaal nr. 3: De weide.

Onthaal wandelingenGéografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >

Een bijzonder milieu.

Sommige habitatten zijn volledig verbonden met antropogene (menselijke) activiteiten en bestaan dus niet als natuurlijke omgeving maar werden toch opgenomen in het Europese netwerk Natura 2000. Zo bijvoorbeeld de herdersvelden en meer in het bijzonder de maaiweide die u hier ziet.

 

 

In tegenstelling tot de meeste weiden in de landbouwsector, heeft deze weide geen aanzienlijke grondverbetering (bemesting) gekregen sinds tientallen jaren. De chemische samenstelling van de bodem is dus niet veranderd. De grond is arm aan oplosbare mineralen die planten kunnen opnemen. Bijgevolg is de plantaardige bevolking op deze plaats zeer bijzonder en ook zeer zeldzaam geworden sinds de mens chemische meststoffen is gaan gebruiken. Men vindt hier onder andere meerwortel (tormentilkruid), reukgras, zwart knoopkruid, liggend walstro, veldzuring, die typisch zijn voor bergachtige maaiweiden of de gewone ereprijs, de gewone rolklaver, de koekoeksbloem die dan weer duiden op arme heuvelweiden. Zoals elk ecosysteem kent ook deze weide en eigen dynamiek: zonder interventie van de mens zou het bos dit terrein herveroveren. Door het maaien worden jonge houtachtige planten verwijderd, dit zijn dus de natuurlijke zaailingen van de bomen. Het maaien legt het ecosysteem vast in de evolutie en is daardoor zo belangrijk.

 

U moet niet van het pad afwijken om al deze bloemen van dichtbij te bewonderen. Ze groeien hier, net langs de kant van het pad.

Een zone met meer vochtigheid

Om de kenmerken van deze habitat in stand te houden, wordt er één keer per jaar gemaaid en nooit gemest. Integendeel zelfs, het gemaaide hooi wordt verwijderd. Zo worden de mineralen die deze planten uit de grond hadden onttrokken om te kunnen groeien, weggevoerd. Men verarmt dus de bodem. De planten die aangepast zijn aan deze omgeving moeten dus niet in concurrentie treden met soorten die voordeel zouden halen uit een bemesting om op overdreven wijze te gedijen en de eerste planten te verdringen. Hierdoor bekomt men een grotere diversiteit van zowel dieren als planten en dus een rijker ecosysteem.

 

Iets verder ziet u rechts van het pad een zone waar de begroeiing anders is. Dit is een kwel of doorsijpelingszone. De planten die hier groeien zijn andere soorten. Het is een klein ecosysteem in een ander ecosysteem. Hier vind u bijvoorbeeld zegge en bies.

 

Biezen zijn als plant volledig aangepast aan vochtige omgevingen. Hun steel bevat een luchtaanvoerend weefsel waardoor ze zuurstof kunnen opslaan. In het water zit namelijk heel weinig opgelost zuurstof.

 

En biezen hebben zuurstof nodig om hun voeding te kunnen verteren (ademhaling en fotosynthese). Deze zuurstofreserve stelt biezen dus in staat te overleven, ook in geval van tijdelijke overstromingen. De vrucht van de zegge is een “blaasje” (heeft de vorm van een blaasje) vol lucht dat kan drijven. Ideaal voor de voortplanting in een waterrijke omgeving.

 

Onthaal wandelingenGéografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >