Luscircuit 11
Wandelpaal nr. 4 : De weide.

Onthaal wandelingenVirtueel bezoek 360°Géografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >

Dagvlinders.

Dagvlinders, of Rhopalocera, vliegen hier in grote aantallen rond. Hun voeding is de nectar van de bloemen, zij leggen hun eieren op de planten. Hier volgen een aantal soorten die u tegen zou kunnen komen.

De kleine vuurvlinder, Lycaena phlaeas, vindt men op open plaatsen in het algemeen. De imago (volwassen vlinder) vliegt rond van april tot oktober. De eitjes worden afzonderlijk op de stelen en onder de bladeren van de wilde zuring gelegd. Het insect overwinterd onder de grond als rups en ondergaat zijn metamorfose in de lente, aan de onderkant van een plant.

De kleine vos, Aglais urticae, houdt ook van open plaatsen. De eitjes worden in kleine hoopjes onder bladeren van de brandnetel gelegd. De jonge rupsen groeien op in een nestje losse zijde.

 

Het bruin zandoogje, Maniola jurtina, heeft een groot zwart puntoog op de achtervleugels. Het vrouwtje zoekt naar vers gemaaide weiden om te leggen. De puntogen van het koevinkje, Aphantopus hyperantus, hebben witte spikkels en een gele rand maar zijn enkel zichtbaar op de onderkant van de vleugels. Het vrouwtje legt haar eitjes één voor één, los op de grond!

 

Het bont dikkopje, Carterocephalus palaemon, is een klein vlindertje dat ook op vochtige weiden te zien is, rond venen.

De rups overwintert in een buisje gemaakt van twee dravikbladeren en zijde.

Het mannetje van het oranjetipje, Anthocharis cardamines, is gemakkelijk te herkennen door de feloranje kleur op een deel van zijn achtervleugels. Het vrouwtje lijkt echter op het eerste zicht op alle vrouwtjes van de familie der Pieridae: wit met puntogen en zwarte vleugeltippen. Dit is een van de eerste dagvlinders die in de lente verschijnt. Hij houdt van lage weiden.

 

Dagvlinders zijn als het ware bio-indicatoren. De evolutie van hun bevolking is een barometer voor de toestand van het milieu.

Lijsterbessenbomen.

De blauwe vuurvlinder, Lycaena helle, leeft in de vochtige weiden van de Ardennen. De eitjes worden gelegd op de bladzoom van de adderwortel waar de rups zich van voedt. De imago’s of volwassen blauwe vuurvlinders verzamelen honing op heel wat bloemen, ook die van bomen zoals de meidoorn of de lijsterbes. Zij zoeken ook naar modderstroken, waar zij vermoedelijk mineralen uit putten en waar de mannetjes zich graag in de zon wentelen. Daar staan ze op post, wachtend op een vrouwtje, en verdedigen hun territorium door andere mannetjes weg te jagen. ’s Nachts rusten de imago’s in de top van de hoogste boom ter plaatse. Voor deze prachtige vlinder moet een vochtige weide dus ook haagplanten aan de rand hebben en bomen dichtbij!

 

De ringoogparelmoervlinder, Proclossiana eunomia, is kenmerkend voor vochtige, verlaten weiden. De rupsen verbergen zich in grote graszoden, zoals van de ruwe smele. Zij voeden zich echter met adderwortel. De imago’s kunnen zich over meerdere kilometers verplaatsen. Men zou een mozaïek van deze biotoop moeten hebben om de uitwisselingen tussen bevolkingen te bevorderen en zo de overleving van deze mooie vlinder te verzekeren.

 

Het is niet verbazend dat deze plaats de blauwe vuurvlinder bevalt, want hij verzamelt graag honing van lijsterbesbloemen. En rond u staan er twee soorten lijsterbessen. De lijsterbes, Sorbus aucuparia, overheerst op het Ardense plateau. Hij heeft samengestelde bladeren daar de meelbes, Sorbus aria, hele bladeren heeft die getand zijn en bedekt met een wit dons op de onderkant. In België bestaat ook de elsbes, Sorbus torminalis, die nauw verwant is met de meelbes maar in onze streken de voorkeur geeft aan kalkhoudende grond, en de peerlijsterbes, Sorbus domestica, die sterk lijkt op de lijsterbes maar grotere bladeren en vruchten heeft en meer houdt van warmte en zon.

 

Onthaal wandelingenVirtueel bezoek 360°Géografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >