|
Buiten de paringstijd is het korhoen sociaal en leeft in groepen, de hanen vaak apart van de hennen.
Op het einde van de winter, als de lente begint, komt er leven in de venen: er is gefluit en gekir te horen nog voor zonsopgang. Het spektakel kan beginnen… de dag is nog niet aangebroken. De hanen komen één voor één naar de paradearena die jaar in jaar uit dezelfde blijft. Op deze open plek met lage begroeiing begint elk mannetje een klein territorium met duidelijke grenzen af te bakenen. En daar zijn ze dan, op het einde van de nacht, in al hun pracht, met opengesperde staart, hangende vleugels en opgeblazen nekpluimen, over en weer lopend, draaiend, springend zonder te stoppen met kirren of fluiten. Hun doel? Ze willen hun seksuele stimuli tonen, de witte vlekken op hun vederdracht, en hun rode lellen om hun plaats te behouden op de “balz” (ontmoetingsplaats) tegenover hun tegenstanders en een vrouwtje te verleiden.
Na enig observeren aan de rand van de open plek, loopt het vrouwtje dan door de arena. Haar wordt het hof gemaakt, zonder dat ze wordt aangevallen. Ze kiest dan de haan met wie ze wil paren, meestal een “ancien”, een ervaren haan met “een hoge rang” en die een territorium handhaaft in het midden van het paradeplein.
Stilaan verminderen de parades en het gezang van frequentie, de hanen worden discreter en laten aan de vrouwtjes de zorgen van het nageslacht over.
Het nest is een kuiltje dat onder de heideachtige planten wordt opengekrabd en bekleed wordt met droog gras, sprieten en een paar rietpluimen. Daar legt het vrouwtje doorgaans 6 tot 8 okergele en bruingespikkelde eieren die ze gedurende ongeveer 4 weken zal broeden.
De kuikens kunnen na twee dagen al insecten van de planten pikken. Hun dieet bestaat de eerste twee weken trouwens hoofdzakelijk uit insecten, met name miereneieren. Door hevige regenbuien ligt het sterftecijfer bij de kuikens in deze eerste weken zeer hoog. Na 10 dagen kunnen ze vliegen, na 3 weken kunnen ze roesten. Na 4 weken zijn ze onafhankelijk. Toch blijven ze tot de herfst bij hun moeder die, zoals alle hoenderachtige moeders, haar jongen van de beste zorgen voorziet.
|