|
De jeneverbes, Juniperus communis, is in tegenstelling tot wat de Latijnse naam stelt, weinig vertegenwoordigd in België. De taxusboom en de jeneverbes zijn de twee enige inheemse harsachtige planten. Deze boom vindt men verbazend genoeg zowel op kalkhoudende als op zure bodem. Hij staat echter altijd op heiden of graslanden, omgevingen die het resultaat zijn van het grazen van de kuddes, omdat hij een open plaats nodig heeft om te kiemen en te groeien en beschermd wordt door doorns tegen de aanvallen van graseters.
Deze plant is weinig veeleisend maar groeit ook heel traag op deze veenbodem. Hier blijft het een struik daar hij elders groot genoeg wordt om boom te worden genoemd.
Het feit dat deze struik zo zeldzaam wordt in deze contreien, is voornamelijk te wijten aan de uitbreiding van de sparaanplantingen en aan het feit dat de oude landbouwpraktijken niet meer worden toegepast. Jeneverbessen waren erg gegeerd, voor zeer uiteenlopende toepassingen: het maken van “pékêt” (Waalse jenever), lokaal levenswater, het roken van de ham, voor het kruiden van zuurkool en verschillende terrines, het desinfecteren van doodskamers, het insmeren van sneden, voor revitaliserende kuren, voor het verzorgen van koeien met een verkoudheid…
De jeneverbessen hadden destijds een zodanig succes dat de prins-abten ze beschermden: het was verboden ze te plukken voor 15 augustus. Een ordonnantie van 1726 voorziet een boete van 5 gouden florijnen voor elke overtreder en beveelt de aanhouding en het afvoeren naar de gevangenis van het kasteel van Stavelot voor elke vreemdeling die de vruchtjes op dit grondgebied zou komen plukken!
|