Luscircuit 11
Wandelpaal nr. 11 : De beesten op de venen.

Onthaal wandelingenGéografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >

Slangen en spinnen.

Op deze plaats ziet u de planten groeien die kenmerkend zijn voor de verschillende omgevingen waarvan sprake is geweest. U kunt ze even overlopen… droge heide, veenheide, hoogven… Voor we het veenmoeras van Malchamps verlaten, maken we nog kennis met twee diersoorten die hier leven.

 

De gerande oeverspin, Dolomedes fimbriatus, is een grote spin die men kan vinden op de veenmoskussentjes. Zij is gemakkelijk te herkennen met de twee gele zijstrepen die haar bruindonzige lichaam sieren. Het is een van de grootste spinnen in West-Europa. Het vrouwtje is duidelijk groter dan het mannetje en kan 2,5 cm groot worden, zonder de poten.
Het vrouwtje kan tot 1000 eieren leggen in twee of drie cocon

 

Zoals elke wolfspin draagt zij de eizak met zich mee, geklemd in haar cheliceer (kopaanhangsel met aan de basis een gifklier) tijdens de volledige rijping van de eitjes. Vlak voor ze uitkomen, hangt het vrouwtje de eizak aan een plant en spint ze er een kinderkamerweb rond.
Het is een goede jaagster. De gerande oeverspin vat post en waakt, met haar voorpoten op het water om zo de minste trilling op te vangen die een prooi kan verraden.
Zodra ze die voelt, is de achtervolging enorm snel, zowel op de grond als op het oppervlak van het water of zelfs erin want de oeverspin aarzelt niet een frisse duik te nemen.

De ringslang, Natrix natrix, vindt men niet uitsluitend bij venen, het is wel een van de slangen die hier leven. Ze is erg gericht op het water, kan heel snel zwemmen en meer dan een uur niet ademen. Haar lievelingsprooien zijn amfibieën en microzoogdieren. De ringslang is aglief: zij heeft geen giftanden. Toch is ze erg indrukwekkend. Ten eerste door haar omvang. Het vrouwtje, dat groter is dan het mannetje, kan tot 2m lang worden ook al is de gemiddelde lengte 1,2m.

 

Het is de grootste van onze drie slangen. Vervolgens door haar gedrag. Als ze wordt aangevallen, probeert de ringslang te intimideren, ze verheft agressief het hoofd en blaast. Maar dat is enkel show.

Voor ons is ze volledig onschadelijk. In de zomer zoekt het vrouwtje naar een ideale legplaats, een berm, planten die ontbinden, droge en warme plaatsen waar de embryo’s zich dan in hun eentje moeten ontwikkelen. De eitjes komen uit op het einde van de zomer. Deze prachtige slang kan men het best herkennen aan de lichte ring met donkere rand. In Wallonië wordt zij beschermd door de wet voor natuurbehoud en door Natura 2000.

 

Maakt u geen zorgen: er leven geen gifslangen in de venen!

De toekomst van het korhoen.

In de Zwitserse en Oostenrijkse Alpen en ook in Ierland lijkt het korhoen (of boshoen) zich te handhaven. Toch is het een soort die ongeveer overal in Europa in aantal vermindert, zelfs sterk afneemt.

· De eerste oorzaak voor de achteruitgang van het korhoen is het verdwijnen of verbrokkelen van zijn habitat.
· De tweede oorzaak is de verstoring door de mens, vooral tijdens cruciale periodes zoals de winter of de voortplantingstijd.
· Roofdieren: vossen, kraaien en andere marterachtigen of roofvogels kunnen grote schade aanrichten. Voor een goed gevestigde bevolking zouden prooidieren echter geen gevaar mogen betekenen.
· Klimatologische factoren: sneeuw in de winter, droge maanden juni en juli, dat zijn de ideale omstandigheden voor het korhoen. Wetenschappers hebben de rechtstreekse band kunnen aantonen tussen het slagen van de broedactiviteiten en de klimaatsomstandigheden.
· Concurrentie met gehoefde dieren.

Zoals men weet kan inteelt leiden tot een achteruitgang van bepaalde rassen (levenskracht en vruchtbaarheid). Bloedverwante groepen kunnen echter ook een waar ecotype vertegenwoordigen dat goed aangepast is aan de omgeving.

 

Photo Roger Herman – Hautes Fagnes – Avril 1972

 

In België staat het korhoen nog steeds op de lijst van wild gevogelte, in Europa geniet het wel van het statuut van prioritaire soort. De Kempense bevolking is volledig verdwenen en in de Hoge Venen heeft men in 2004 nog maar 28 hanen kunnen tellen, wat overeenstemt met ongeveer 60 exemplaren volgens een geslachtsverhouding van 1 op 1.

Nochtans waren er in 1971 200 hanen op de Hoge Venen, tegenover 80 in 1967. Die plotse verhoging was het gevolg van twee belangrijke beslissingen: de afschaffing van de jacht op deze wildvogel in 1967 en het uitroeien van de vossen in 1968 door het vergassen van hun legers om hondsdolheid te bestrijden. Jammer genoeg stelde men in maart 1972 een hoog sterftecijfer vast onder de haantjes, waarschijnlijk door een verscherpte concurrentie op de overbevolkte arena’s waardoor de mannetjes uitgeput achterbleven. Deze daling zette zich door tot in 1976. Vervolgens werd de bevolking tot in 1995 gehandhaafd op 30 tot 60 mannetjes, met schommelingen die eigen zijn aan ruigpoothoenders (tetraonidae). Sindsdien wordt het aantal van 30 niet meer overschreden.

Een grondige studie van de korhoenen in de Hoge Venen heeft het mogelijk gemaakt richtlijnen te ontwikkelen en beheersmaatregelen te treffen: open plaatsen in het landschap, behoud van de schuilplaatsen voor het voeden en nestelen, onderhoud van de paradearena’s en eerbied voor de rust tijdens de voortplanting. Laten we hopen dat deze maatregelen het korhoen zullen helpen een levensvatbare bevolking van een vijftigtal hanen op de Hoge Venen tot stand te brengen.

 

Onthaal wandelingenGéografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >