|
In België staat het korhoen nog steeds op de lijst van wild gevogelte, in Europa geniet het wel van het statuut van prioritaire soort.
De Kempense bevolking is volledig verdwenen en in de Hoge Venen heeft men in 2004 nog maar 28 hanen kunnen tellen, wat overeenstemt met ongeveer 60 exemplaren volgens een geslachtsverhouding van 1 op 1.
Nochtans waren er in 1971 200 hanen op de Hoge Venen, tegenover 80 in 1967. Die plotse verhoging was het gevolg van twee belangrijke beslissingen: de afschaffing van de jacht op deze wildvogel in 1967 en het uitroeien van de vossen in 1968 door het vergassen van hun legers om hondsdolheid te bestrijden.
Jammer genoeg stelde men in maart 1972 een hoog sterftecijfer vast onder de haantjes, waarschijnlijk door een verscherpte concurrentie op de overbevolkte arena’s waardoor de mannetjes uitgeput achterbleven. Deze daling zette zich door tot in 1976.
Vervolgens werd de bevolking tot in 1995 gehandhaafd op 30 tot 60 mannetjes, met schommelingen die eigen zijn aan ruigpoothoenders (tetraonidae). Sindsdien wordt het aantal van 30 niet meer overschreden.
Een grondige studie van de korhoenen in de Hoge Venen heeft het mogelijk gemaakt richtlijnen te ontwikkelen en beheersmaatregelen te treffen: open plaatsen in het landschap, behoud van de schuilplaatsen voor het voeden en nestelen, onderhoud van de paradearena’s en eerbied voor de rust tijdens de voortplanting. Laten we hopen dat deze maatregelen het korhoen zullen helpen een levensvatbare bevolking van een vijftigtal hanen op de Hoge Venen tot stand te brengen.
|