Luscircuit 11
Wandelpaal nr. 13 : Een gevarieerd bos.

Onthaal wandelingenVirtueel bezoek 360°Géografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >

Het nut van dode bomen.

Het kleine pad waar u op loopt is een echte plantenwirwar. Men zou kunnen denken dat het een “slecht beheerd” bos is… maar niets is minder waar. Het bosbeheer houdt ook rekening met de noodzaak van een zo groot mogelijke biologische diversiteit. Een dode boom die blijft staan, is niet een nalatigheid van de bosbeheerder. Het is bewust zo gelaten om bepaalde soorten te bevorderen. Deze bomen zijn huis en voeding voor een heel leger ongewervelde dieren. De wet van de natuur bepaalt dat deze dieren dienen als voeding voor andere dieren, waaronder vooral spechten. De zwarte specht, Dryocopus martius, is erg gesteld op larven van fytofage insecten (plantetend). Met één enkele snavelstoot kan hij tot 1.000 keverlarven naar zijn jongen brengen


De specht heeft een zeer sterke snavel en boort zijn nesten in oude bomen. Zijn nesten, want hij maakt er meerdere en tekent zo in de loop der jaren het bos met een reeks uithollingen. Deze worden dan weer door heel wat zoogdieren en vogelsoorten gebruikt als schuilplaats in de winter of als nestplaats: in Eurazië profiteren zo’n 43 verschillende diersoorten van de verlaten nissen van deze grote specht.

 

In dit bos ziet u heel wat boom- en struiksoorten groeien: ruwe berken, zomereiken, lijsterbessen, gewone sparren, grove sparren, beuken, haagbeuken, vuilbomen, gewone vlier, geoorde wilgen, boswilgen, Gelderse roos en ratelpopulieren (esp). Neem een blad van deze laatste boom en houdt de steel tussen duim en wijsvinger, probeer het nu te doen draaien tussen uw vinger…


De ratelpopulier, Populus tremula, heeft zijn naam wel verdiend: de bladeren hebben een platte steel en ruisen bij het minste briesje. Dankzij deze eigenschap heeft deze zeer heliofiele boom (zonminnende houtsoort) die op halfvochtige of vochtige bodem groeit, een verhoogde transpiratie. Tijdens periodes van droogte kan deze boom zijn bladeren verliezen om de evapotranspiratie te beperken.

 

Luister naar het gefluister van de ratelpopulier als u wandelt en er een briesje opsteekt. Het is heerlijk. Vaak vergeet de mens hoeveel genot zijn vijf zintuigen hem kunnen geven. Ruik, voel… luister!

Onze gasten uit het Noorden.

De Gelderse roos, Viburnum opulus, is een kleine heester die van kleiachtige en vochtige grond houdt. De bladeren staan tegenover elkaar en hebben drie getande lobben. De bloemen zitten samen in een corymbus (tuilbloeiwijze), een vrij plat boeketje. Op de rand bloeien grote, onvruchtbare bloemen die de aandacht trekken. Uw aandacht, maar vooral die van de insecten.

In het midden groeien heel kleine, vruchtbare bloempjes die wachten op bestuivende insecten. De vrucht is een prachtig rode, lichtjes doorzichtige bes. Zij zijn rijp op het einde van de zomer en blijven heel de winter op de struik hangen. Sommige zeggen dat ze giftig zijn. Rauw is deze bes braakwekkend en laxerend en kan ze, in grote hoeveelheden, een maagdarmontsteking veroorzaken. Gekookt geeft de bittere smaak van de bes een “wilde” smaak aan vruchtenmoes. Niet iedereen houdt ervan. Vroeger hielde maaiers een paar van deze bessen in hun gereedschapskist: de slijpsteen weekte erin en werd zo doeltreffender!

 

In de winter zijn deze bessen een zeer gegeerde voedingsbron onder dieren. Ornithologen zijn ook uit noodzaak ook een beetje botanisten, zij weten dit en zoeken naar Gelderse rozen. In de winter komen ze terug naar deze struiken in de hoop een pestvogel te zien, wie weet. De pestvogel, Bombycilla garrulus, is een prachtige vogel die nestelt in de berkenbossen en naaldboombossen van Noord-Europa en in de winter afzakt naar het Zuiden, waarbij hij gewoonlijk nooit verder gaat dan Polen en Hongarije. Als er echter op hun winterverblijfplaats niet genoeg bessen meer zijn, overvallen ze onze streken! Deze migraties kunnen erg indrukwekkend zijn en hebben lang tot de verbeelding gesproken. Als deze onbekende en exotisch getinte groepsvogel plots met zijn overmoed bij ons verscheen, werd dat beschouwd als een slecht voorteken voor de opkomst van hongersnood, pest, oorlog of zeer strenge winters. 

 

Voor de pestvogel zijn besjes de enige voedingsbron in de winter: vooral van de lijsterbes maar ook van de meidoorn, de Gelderse roos, de taxusboom, klimop…

Houdt deze bomen in het oog als ze vruchten dragen, misschien hebt u geluk en ziet u een groepje pestvogels. Het spektakel loont echt de moeite! De pestvogel is niet de enige vogel die tot hier afzakt om zich te voeden.

De keep, Fringilla montifringilla, komt elke winter zijn winterkwartier betrekken in onze streek. U ziet het, door het bos levend te houden en rijk aan onderhout, bevordert de Division Nature et Fôrets de biodiversiteit regionaal maar ook wereldwijd. Vogels kennen geen grenzen. Natura 2000 is als Europees natuurnetwerk en ware noodzaak.

 

Onthaal wandelingenVirtueel bezoek 360°Géografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >