Luscircuit 11
Wandelpaal nr. 14 : De ijskamer.

Onthaal wandelingenGéografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >

De Venen.

Dit ondiepe bassin is door de mens gemaakt om het water op te vangen dat uit de venen wegloopt. In de winter werd het ijs in stukken gekapt, met karren vervoerd en opgeslagen in ijskamers waar er nog enkele van bestaat, met name bij de Géronstère. Het veenmoeras van Malchamps bevond zich op het grondgebied van de Prinsbisschop van Luik die tegen betaling het voorrecht toekende aan particulieren om een ijskamer te hebben.

 

 

Ook hier vindt men heel wat odonata: libellen en waterjuffers. “Odonata” betekent “getande kaak”. Deze insecten hebben een verbazende levenscyclus. Tijdens de voortplanting grijpt het mannetje het vrouwtje en vormt zo wat men een tandem noemt. Het mannetje is echter nog niet klaar om te copuleren. Eerst moet hij de spermatozoïden die in het uiteinde van zijn achterlijf zitten, overbrengen naar de voortplantingsorganen onder zijn achterlijf, ter hoogte van het tweede en derde segment. Hij plooit zijn achterlijf en brengt zijn eigen geslachtsopening aan op de voortplantingsholte. Dan kan het paren als dusdanig beginnen. Het vrouwtje plooit op haar beurt haar achterlijf en plaatst het uiteinde ervan op het voortplantingsorgaan van het mannetje. Zo vormen beide insecten een zogenaamde “paringshart”… ja, ook insectenkenners kunnen romantisch zijn!

 

Vervolgens komt het leggen van de eitjes, in planten of op het water. Als ze uitkomen, verschijnt een prolarve die dan een larve wordt. De groei van de larve duurt min of meer lang, afhankelijk van de soort, maar gebeurt altijd in het water en met verschillende gedaanteverwisselingen. Larven van odonata hebben zoals alle andere insectenlarven een stevig omhulsel van chitine (schildstof) dat ze moeten afwerpen en opnieuw aanmaken naarmate ze groeien. Na de laatste gedaanteverwisseling verschijnt dan het volwassen insect. De larve verlaat geleidelijk aan het aquatisch milieu om te wennen aan de uitwendige ademhalin

Eenmaal ze klaar is kruipt ze langs een steel of blad naar boven en zet ze zich vast. De huid van het borststuk splijt open. Eerst komt het borststuk naar buiten, dan de kop, de poten, de vleugels en uiteindelijk het achterlijf. Op dat ogenblik is het volwassen insect doorzichtig.

De verfrommelde vleugels worden opengevouwen en rekken zich uit. Het achterlijf rekt zich uit. Het insect zweet een doorzichtige vloeistof uit en krijgt stilaan zijn kleuren. Als u zoekt tussen de oeverplanten vindt u ongetwijfeld afgeworpen vellen van libellen, nog steeds bevestigd aan de planten.

 

De achterzijde van deze fiche betreft een open plek die u onderaan het pad, wanner het vanonder het lover uitloopt, zult ontdekken.

De schietstand.

Iets lager geeft het pad uit op een open plek. Daar werd in 1907 een gebouw ingehuldigd, een schietstand met 27 individuele schietplaatsen per verdieping, waardoor 52 schutters tegelijk konden oefenen, beschermd tegen de regen en zonder risico beschaamd te zijn of elkaar te verwonden.

De schietschijven stonden op 600, 800 en 1.000 meter. De doelwitten van 1.000 en 600 meter bestaan nog. Vanaf het pad van de schietstand kan men in de winter, als de bomen kaal zijn, het doelwit van 1.000m zien.

 

De ruïnes van het gebouw zijn bijna helemaal verdwenen. De aanwezigheid van bepaalde planten verraad hoe dan ook de invloed van de mens op bepaalde tijdstippen. Deze plaats is als het ware een “bloemlezing” van planten die zeker onze aandacht verdient, al was het maar om onze ogen te behagen.

 

De bieslelie, Sisyrinchium bermudiana, is een zeer mooi plantje met lijnvormige bladeren en blauwe bloemen met een geel hart die enkel opengaan als de zon schijnt. Het is geen inheemse plant maar ze is ook niet allesoverwoekerend. Ze plukken heeft geen zin, ze verwelkt onmiddellijk.


Dit zijn enkele planten die u op deze open plek kunt bewonderen tegen eind juni: gewone rolklaver, margrieten, knopig helmkruid, witte klaver, rode klaver, fraai hertshooi, vogelwikke, madeliefjes, koekoeksbloemen, blaassilene, veldlathyrus, heggewikke, gewoon duizendblad, berenklauw, gewone ereprijs, robertskruid, grote muur, grasmuur, scherpe boterbloemen, egelboterbloemen…

 

 

Onthaal wandelingenGéografische liggingAangeduide wandeling< Vorige wp.volgende wp. >