|
Paardenstaarten planten zich voort met sporen, zoals mossen en varens. De aar die deze sporen produceert, wordt gedragen door een rosachtige steel die vaak voor de andere, onvruchtbare stelen de kop opsteekt. De groene, onvruchtbare stelen lijken wel in elkaar gestoken stukken, vandaar ook de Waalse naam uit de streek van Malmedy “boh’tê”, wat evenveel als “etui” betekent.
Paardenstaart is een zeer geneeskrachtige plant: het is goed als remineraliserend middel voor elke herstellende persoon. De smaak is echter bitter en bovendien zijn bepaalde paardenstaartensoorten heel zeldzaam: men snijdt dus best de jonge, onvruchtbare scheuten niet af vooraleer men onderzoekt welke soort het is. Daarnaast bevat deze plant ook siliciumdioxide, ze werd dan ook gebruik om hout op te poetsen of kookpotten te schrobben.
|