Natura 2000 en de zoogdieren. |
|
Zoogdieren in gevaar in Wallonië? Kom nou, onmogelijk! Iedereen is ervan op de hoogte: vossen en steenmarters veroveren zelfs het hart van de stad. Reeën, herten en everzwijnen zijn talrijk aanwezig in onze bossen. En de dassenbevolking, tot voor kort een bedreigde soort, is al jaren in toename. Ja, dat alles klopt… Maar…
|
|
|
|
Buiten de das gaat het over soorten die gegeerd worden door de mens, soorten die als “wild” worden bestempeld of soorten die opportunistisch zijn en van de mens profiteren. Hun toename verbergt de bedreiging waar andere zoogdieren onder lijden. Moesten deze verdwijnen, dan zou dat leiden tot een enorme vervlakking. Zo behoren 60 zoogdieren tot de Waalse fauna. 9 daarvan zijn op Europees niveau bedreigd en werden opgenomen in “Natura 2000”. Dat is ongeveerd 15% van onze zoogdieren, wat ENORM veel is!
Een enquête gevoerd in 1978-1982 over Waalse zoogdieren trekt nog ergere conclusies. 4 van de 60 soorten worden bestempeld als uitgestorven of zo goed als: de wolf, de bever, de otter en de kleine hoefijzerneus
|

|
|
De drie laatste zoogdieren maken nu deel uit van Natura 2000. 13 werden bestempeld als zeldzaam of in sterke terugval, onder meer de hazelmuis, de ongekende Europese hamster en nog 6 soorten vleermuizen! Blijven er 9 over, waarvan 8 soorten vleermuizen, die beschouwd werden als kwetsbaar of in terugval… Slotsom: 26 soorten die bedreigd zijn of in aantal verminderen, op 60! Meer dan een derde! Bijna de helft!!
|
|
|
|

|
|
|
|
De wolf is verdwenen. Daar beginnen we niet over. In ons klein landje is er voor de wolf geen plaats meer. De bever werd in Duitsland opnieuw geïntroduceerd en kwam zich terug in onze oostelijke streken vestigen naarmate het bevolkingsaantal toenam. Hij is echter nog heel kwetsbaar en de plaatsen die dit prachtige knaagdier kunnen herbergen, zijn zeldzaam. Otters zijn zeer gering aanwezig in Wallonië en ze zijn erg verspreid. Eerst waren zijn het slachtoffer van een hetze (elke dode otter gaf tot in 1963 recht op een premie van de staat!), nu wordt dit sympathieke zoogdier bedreigd door de vernietiging van hun habitat en door besmetting met chemische producten. En dan zijn er nog de vleermuizen, deze weinig gekende, onbeminde en zo kwetsbare zoogdieren…
|
|
|
|
Wenst u meer te weten over onze zoogdieren? De internetsite van de DGRNE is een overvloedige informatiebron! !
|
|

|
Natura 2000 en vleermuizen. |
|
Het gaat slecht met de vleermuizen. Dat is zo. Dat komt omdat de plaatsen waar ze voortplanten en overwinteren steeds zeldzamer worden en omdat hun voeding, insecten, slechter wordt, zowel kwalitatief als kwantitatief. Uit biologisch standpunt begrijpt men de kwetsbaarheid van deze zoogdieren beter.
|
|
|
|
De voortplantingsplaatsen : de vrouwtjes komen in het begin van de zomer samen in kolonies om hun jongen te werpen en op te voeden. Deze kolonies zijn soms heel omvangrijk. De vernietiging van één kolonie, kan leiden tot de verdwijning van een groot deel van een bepaalde soort. Vleermuizen zijn bovendien erg veeleisend in hun keuze van voortplantingsplaats: een temperatuur tussen 20 en 35°C, volledige rust en een jachtgebied in de omgeving. De jongen groeien immers erg snel en er moet eten in overvloed zijn, voor de moeder die de kleintjes zoogt en later voor de kleintjes die zelfstandig worden.
|
|

|
De voeding : Op het einde van de zomer zoeken de vrouwtjes de mannetjes weer op die tijdens de opvoeding van de jongeren verspreid hebben geleefd. Zij paren dan, maar de bevruchting wordt uitgesteld tot in de lente. De zomer is een seizoen van intense jacht. Vleermuizen eten enkel insecten, één exemplaar kan op één nacht tijd de helft van zijn eigen gewicht aan insecten vangen, wat voor de grote soorten neerkomt op 2kg insecten per jaar en per vleermuis. Een perfect insecticide, niet? En toch worden ze bedreigd door… insecticiden en de vermindering aan biodiversiteit onder ongewervelde soorten!
|
|
Photo F. Forget. Plecotus
|
|
Overwinterplaatsen : het gebrek aan prooien noopt vleermuizen in de winter tot een winterslaap. In de herfst verandert hun metabolisme, het vertraagt en ze gaan op zoek naar een plaats om te overwinteren. Deze moet aan specifieke criteria beantwoorden:
· Een gelijke temperatuur tussen 0 en 11°C zodat de vleermuis haar lichaamstemperatuur kan verlagen tot dat niveau en zo haar metabolisme kan vertragen om haar vetreserves te sparen.
· Een hoog vochtigheidsgehalte, bijna 100%, om het risico op uitdroging uit te sluiten.
· Een absolute rust om niet wakker te worden. Daardoor zou de lichaamstemperatuur van de vleermuis in enkele minuten tijd stijgen tot 40°C en leiden tot een groot verbruik van energie die in de winter niet kan worden aangevuld!
|

|
|
Photo F. Forget. Plecotus
|